Volgende: Voorbeeld.
Omhoog: Warmteleer.
Vorige: Convectie
Inhoudsopgave
De warmte straling bevind zich in het infrarode gebied.
In tegenstelling tot convectie en geleiding is hier geen medium nodig om de
warmte stroom te laten stromen. Alle lichamen die een temperatuur hebben
boven het absolute nul punt stralen warmte uit.
Een object bevindt zich in vacuüm en heeft temperatuur
.
De omgeving heeft temperatuur
met die verstande dat
.
Om e.e.a. te begrijpen is er een hypothetisch ding nodig,
het zwarte lichaam (black body).
Het zwarte lichaam is de ideale straler van thermische energy.
Een echt voorwerp straalt altijd minder dan de ideale straler,
het zwarte lichaam.
Hiervoor is een evenredigheids factor ingevoerd.
De emissie coëfficient
niet te verwarren met de
permitiviteit die bijna het zelfde symbool heeft.
Deze coëfficient heeft een waarde tussen nul en één.
Een natuurconstante speelt ook nog een rol namelijk de constante van
Stefan-Boltzmann.
Deze wordt aangegeven door
en moet dan ook niet verward
worden met de soortelijke geleiding uit hoofdstuk 2.
Deze constante is groot:
En wederom is het oppervlak van belang.
 |
(5.7) |
We hebben nu alle drie de systemen van warmte transport beschreven.
Nu kunnen we dan eindelijk wat praktisch er mee gaan doen.
Alles samennemend kun je opmerken dat bij een koelplaat een combinatie van
geleiding straling en convectie plaats vind.
 |
(5.8) |
De formule 5.8 geeft dus de totale warmte stroom.
Volgende: Voorbeeld.
Omhoog: Warmteleer.
Vorige: Convectie
Inhoudsopgave
Cees Keyer
2007-04-10