next up previous contents
Volgende: Warmteleer. Omhoog: Koelen en gekoeld worden. Vorige: Koelen en gekoeld worden.   Inhoudsopgave

Inleiding.

Uit de formule 2.1 blijkt dat er in elektronische componenten warmte wordt ontwikkeld. Dit geld voor alle componenten die enige weerstand hebben of magnetische of elektrische verliezen. Zoals bijvoorbeeld over een spanningsregelaar die van 8 volt 5 volt maakt bij een stroom van 1 Ampere. Dit betekend dat er in dat component 3 Watt, $ I \cdot U_{\text{verschil}}$ aan warmte wordt ontwikkeld. Deze warmte moet afgevoerd worden om te voorkomen dat het component defect geraakt. Zo blijkt uit de basis formule voor een diode een, [1, pag 157], dat de stroom $ I_D$ afhangt van de temperatuur.

$\displaystyle I_D = I_s\left[ e^{\frac{v_d}{n\cdot V_T}} -1\right]$ (5.1)
$\displaystyle V_T= \frac{\kappa \cdot T}{q}$ (5.2)

In deze formule zijn: $ I_s$ De verzadigings stroom, voor kleine diodes $ 10^{-14}$ Ampere.
$ v_d$ de spanning over de diode
$ n$ de emissie coefficient deze ligt meestal tussen 1 en 2
$ \kappa$ De constante van Boltzmann $ 1.38  10^{-23}$ Joule/kelvin
$q$ de lading van een electron $ 1.6  10^{-19} $ Coulomb
$ T$ De temperatuur in Kelvin.
Als de temperatuur omhoog gaat zat $ V_T$ groter worden en dat resulteerd vaak het defect raken van de halfgeleider. Een toegstaande p-n overgangs temperatuur is meestal 150 graden celsius. Dus is het van belang om warmte op een gecontroleerde wijze aftevoeren.
next up previous contents
Volgende: Warmteleer. Omhoog: Koelen en gekoeld worden. Vorige: Koelen en gekoeld worden.   Inhoudsopgave
Cees Keyer 2007-04-10