Volgende: Productie technieken
Omhoog: Component behuizingen.
Vorige: introductie.
Inhoudsopgave
In de begin tijd van de elektrotechniek was alles nog groot en grofstoffelijk.
De eerste batterij was de pot van Pieter van Musschenbroek. Deze pot staat
bekend als de leidsche fles4.1 en werd gemaakt in 1746.
Een volgende grote doorbraak was de telefonie in 1888 en de eerste
draadloze verbinding in 1901.
Marconi maakte deze verbinding met een vonken zender.
Deze machines hebben weinig te doen met elektronica,
maar medio 1907 werd de radio buis uitgevonden.
De Engelsman, Ambrose Fleming, voegde een tweede elektrode toe aan de
lamp van Edison en zoog het spul vacuüm.
Deze 2de elektrode werd plaat genoemd. Vervolgens kwam de Amerikaan
Lee de Forest om een derde elektrode, het rooster, toe te voegen.
Het patent van 1907 is te zien op www.leedeforest.org en daar is ook wat meer historie te vinden.
Dit moeten we zien als het begin van de elektronica.
De uitvinding van de actieve componenten. De eerste geintegreerde schakeling kwam medio 1920 waarbij wat weerstanden in de radio buis werden ondergebracht.
Via de radio van Lee Armstrong en de tweede wereld oorlog waarbij veel elektronica werd ontwikkeld. Komen we in 1947 uit bij de uitvinding van de transistor.
Deze werd uitgevonden door: John Bardeen, Walter Brattain en William Shockley
en deze transistor 4.1, wordt gezien als het
begin van de moderne elektronica.
Figuur 4.1:
De eerste transistor (replica).
 |
Figuur 4.2:
De eerste silicium chip.
 |
En dan natuurlijk gevolgd door de eerste silicium chip in 1957 die te zien is
in het plaatje 4.2
De schakelingen in de elektronica zijn via een hooiberg methode en
gedrukte schakelingen gemigreerd naar surface mounted devices en
hybride circuits.
Volgende: Productie technieken
Omhoog: Component behuizingen.
Vorige: introductie.
Inhoudsopgave
Cees Keyer
2007-04-10