Volgende: Opgave van het eindresultaat.
Omhoog: Foutberekening en opgave van
Vorige: Spreiding en toevallige fouten.
Inhoudsopgave
Als alle
grootheden
zijn gemeten moeten
ze meestal worden gecombineerd tot het eindresultaat
van het experiment,
waarbij dan geldt:
 |
(3.8) |
De vraag is nu, hoe alle fouten
, gecombineerd moeten worden tot de
fout van
. Afgeleid kan worden, dat geldt:
 |
(3.9) |
We noemen formule 3.9 de foutvoortplantingsformule.
Hij geldt alleen als de toevallige fouten onderling onafhankelijk zijn.
Dat hoeft in de praktijk niet altijd het geval te zijn, denk b.v. aan de
bepaling van lengte en breedte van een plaatje, waarbij afleesfouten niet
de enige oorzaak van de spreiding in de waarnemingen behoeven te zijn maar
ook b.v. variaties van een grootheid, die op lengte en breedte dezelfde
invloed uitoefend (b.v. de temperatuur).
Over het algemeen zullen, we echter aannemen, dat de fouten onafhankelijk zijn.
De fout, zoals in het voorgaande beschreven, dus
,
enz.
noemen we de absolute fout.
Ook kennen we de relatieve fout, gedefinieerd als de absolute fout
gedeeld door de modulus van de geschatte waarde zelf, symbool:
 |
(3.10) |
We krijgen, de procentuele fout in procenten door de relatieve fout met 100 te
vermenigvuldigen De begrippen relatieve en procentuele fout worden
overigens veel door elkaar gebruikt (b.v. relatieve fout in procenten)
De foutvoortplantingsformule 3.9 leidt voor een aantal veel
voorkomende gevallen tot de volgende resultaten (a en b
zijn gemeten grootheden en E is het eindresultaat):
| |
|
|
|
| Bewerking |
E |
 |
 |
| |
|
|
|
| |
|
|
|
| |
|
|
|
| Optellen en |
 |
 |
|
| aftrekken |
|
|
|
| |
|
|
|
| |
|
|
|
| Vermedigvuldigen en |
 |
|
 |
| delen |
|
|
|
| |
|
|
|
| |
|
|
|
| Machtsverheffen en |
 |
 |
 |
| worteltrekken |
|
|
|
Het verdient aanbeveling, de regels van voorgaande tabel uit het hoofd te
leren, teneinde ze altijd bij de hand te hebben, waardoor voor eenvoudige
gevallen het toepassen van de foutvoortplantingsformule vermeden kan worden.
Voorzichtigheid is hierbij echter geboden, omdat deze regels alleen tot het
juiste resultaat leiden als alle termen in de betreffende uitdrukking
onafhankelijk van elkaar zijn.
Om dit te verduidelijken beschouwen we het volgende probleem:
 |
(3.11) |
We zien dat eerst quotiënt van de twee faktoren
en
en er
volgt voor de fout volgens de deel regel van de tabel:
 |
(3.12) |
Voor de tweede term van het rechter lid van 3.12 kunnen we volgens de optelregel van de tabel schrijven:
 |
(3.13) |
Zodat we krijgen:
 |
(3.14) |
Voor de absolute fout volgt dan volgens
![$\displaystyle (\Delta E)^2 = \frac{[(a+b)^2 + a^2]\cdot (\Delta a)^2 +a^2 \cdot (\Delta b)^2}{(a +b)^4}$](img87.png) |
(3.15) |
We merken nu op, dat teller en noemer van 3.11 afhankelijk zijn
(
in teller en noemer).
Waren we nu begonnen om de afhankelijkheid er uit te delen,
dus door teller en noemer te delen door
dan hadden we gekregen:
 |
(3.16) |
Noemen we
en dus
dan is volgens de regel voor deling:
 |
(3.17) |
Verder geldt dat:
![$\displaystyle \left(\frac{b}{a}\right)^2 = \frac{b^2}{a^2}\cdot \left[\left(\frac{\Delta a}{a}\right)^2+\left(\frac{\Delta b}{b}\right)^2\right]$](img92.png) |
(3.18) |
 |
(3.19) |
Voor
volgt dan:
 |
(3.20) |
Er is dus verschil tussen 3.15 en 3.20 waarbij de laatste
als juist moet worden gekenmerkt.
We hadden de regel voor deling niet direkt mogen toepassen,
omdat teller en noemer van 3.11 afhankelijk zijn.
Passen we tenslotte de foutvoortplantingsformule toe op 3.11
 |
(3.21) |
De foutvoortplantingsformule levert hetzelfde (en dus het juiste) resultaat
op als 3.20.
Samenvattend kunnen we zeggen, dat de regels van de tabel kunnen worden
toegepast op uitdrukkingen. waarin een bepaalde grootheid slechts op één plaats in de uitdrukking voorkomt.
In alle andere gevallen moet de foutvoortplantingsformule worden toegepast,
het is soms mogelijk om afhankelijkheden er uit te delen,
zoals in het voorbeeld.
Volgende: Opgave van het eindresultaat.
Omhoog: Foutberekening en opgave van
Vorige: Spreiding en toevallige fouten.
Inhoudsopgave
Cees Keyer
2007-04-10